Kleur zegt iets over intensiteit
RadarNu vertaalt gemeten radarecho’s naar een vaste kleurenschaal. Lichte tinten horen bij zwakke neerslag; donkerblauw, oranje, rood en paars wijzen op steeds sterkere echo’s. Dat is geen exacte meting in jouw regenmeter. De radar kijkt hoger in de atmosfeer en rekent het terug naar een geschatte hoeveelheid aan de grond.
Een klein, fel gekleurd gebied kan daarom belangrijker zijn dan een groot lichtblauw vlak. Bij buien verandert die kern bovendien snel. Vergelijk meerdere opeenvolgende beelden voordat je een conclusie trekt.
- Lichtblauw: lichte neerslag of een zwakke echo.
- Blauw: matige neerslag die merkbaar kan doorregenen.
- Oranje en rood: stevige tot zware neerslag, vaak in een buienkern.
- Paars: een uitzonderlijk sterke radarecho; controleer waarschuwingen en ontwikkeling.
Beweging lees je uit meerdere beelden
Eén radarbeeld is een foto. De animatie maakt er een korte film van. Let op herkenbare randen en kernen: schuiven ze in ongeveer dezelfde richting, groeien ze of vallen ze juist uiteen? De richting van een bui is niet automatisch gelijk aan de wind die je op straat voelt. Wolken en neerslag bewegen op grotere hoogte, waar richting en snelheid anders kunnen zijn.
Gebruik voor de eerstkomende één à twee uur vooral de recente radar en de korte radarverwachting. Verder vooruit krijgt het weermodel meer gewicht en neemt de onzekerheid over de precieze locatie toe.
Waarom radar soms iets mist of te veel toont
Motregen kan zo laag en fijn zijn dat de radar maar een zwakke echo ontvangt. Ook verdamping onder de radarstraal kan ervoor zorgen dat neerslag zichtbaar is zonder dat alles de grond bereikt. Andersom kunnen smeltende sneeuw, insecten, storingen en reflecties plaatselijk een echo veroorzaken die niet als gewone regen moet worden gelezen.
Verder van een radarstation kijkt de bundel door de kromming van de aarde steeds hoger boven de grond. RadarNu combineert bronnen en verwerkt de beelden, maar kan de natuurkundige grenzen van de meting niet wegnemen.
Zo gebruik je de tijdknoppen
Met −1 en −24 kijk je naar gemeten neerslag uit het verleden. +2 is een korte doortrekking van bestaande buien. +6 en +60 laten in toenemende mate modelberekeningen zien. Het verschil is belangrijk: een meting vertelt wat al is waargenomen, een verwachting wat volgens de berekening kan gebeuren.
Controleer bij zware buien altijd de officiële weerwaarschuwingen. Een radar is een hulpmiddel voor situational awareness en geen persoonlijk veiligheidsadvies.